Uit:
Ambtsinstructie
voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon
opsporingsambtenaar
Bron: wetten.nl
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
................................................................................
3.In dit besluit wordt verstaan onder:
..........................
h. de arts: de dienstdoend
adviserend arts
...........................
4. In dit besluit wordt
onder ingeslotene verstaan degene die rechtens van zijn vrijheid is beroofd.
Onder ingeslotene wordt mede verstaan degene die ten behoeve van de hulpverlening
aan hem op het politie- of brigadebureau is ondergebracht
Hoofdstuk 5. Hulpverlening
Artikel
24
- De ambtenaar draagt er zorg voor personen met lichte
verwondingen, ziekteverschijnselen en personen ten aanzien van wie twijfel
op dit punt bestaat, de weg te wijzen naar een huisarts of naar een
E.H.B.O.-afdeling van een ziekenhuis. Indien dat noodzakelijk is, verleent
de ambtenaar bemiddeling bij het verkrijgen van passend vervoer.
- De ambtenaar draagt er zorg voor dat personen met ernstige
verwondingen en bewustelozen, waar onder mede worden verstaan personen die
niet wekbaar of niet aanspreekbaar zijn, per ambulance naar het ziekenhuis
worden vervoerd. De gegevens omtrent aard en omstandigheden van de
gebeurtenis die tot de ziektetoestand heeft geleid, alsmede de op de
persoon aangetroffen medische gegevens en geneesmiddelen, worden door hem
ter beschikking van de medische hulpverleners gesteld.
Artikel
25
- De ambtenaar draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat personen
die door drankgebruik, dan wel door andere oorzaken, onmiddellijk
gevaarlijk zijn, hetzij voor de openbare orde, veiligheid, of gezondheid,
hetzij voor zichzelf, op de meest geschikte wijze van openbare plaatsen
als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties, worden verwijderd. Onder
openbare plaatsen worden mede verstaan vervoermiddelen die zich bevinden
op deze plaatsen, een en ander voor zover niet gebezigd als woning.
- De ambtenaar draagt personen als bedoeld in het eerste lid
over aan het eigen zorgkader, voor zover de omstandigheden zulks toelaten.
Zij kunnen bij het ontbreken van opvangmogelijkheden elders, bij wijze van
hulpverlening, op het politie- of brigadebureau worden ondergebracht,
indien dit nodig is voor hun bescherming en dit niet tegen hun wil
geschiedt.
- Voor personen als bedoeld in het eerste lid, van wie bekend
is dat zij geestelijk gestoord zijn of die geestelijk gestoord lijken,
waarschuwt de ambtenaar de arts, nadat zo mogelijk getracht is contact te
zoeken met de eigen huisarts.
Hoofdstuk 6. Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1. Algemeen
Artikel 26
- De ambtenaar handelt jegens de ingeslotene overeenkomstig het gestelde bij of krachtens artikel 15 van het Besluit beheer regionale Politiekorpsen.
- De ambtenaar registreert de gegevens die krachtens artikel 15, zesde lid, van het Besluit beheer regionale Politiekorpsen zijn aangewezen.
Artikel 27
- Voor zover het bij of krachtens het Wetboek van Strafvordering bepaalde zich hiertegen niet verzet stelt de ambtenaar een familielid of een huisgenoot van een ingeslotene zo spoedig mogelijk op de hoogte van de insluiting. In het geval de ingeslotene minderjarig is, doet hij dit uit eigen beweging, indien de ingeslotene meerderjarig is, doet hij dit slechts op verzoek van de ingeslotene.
- Indien de omstandigheden de uitvoering van het eerste lid niet toelaten bij een ingeslotene die geen ingezetene is, wordt de ambassade of het consulaat van het land waarin de ingeslotene ingezetene is, op de hoogte gesteld van de insluiting.
§ 2. In bewaring nemen van
kleding en voorwerpen
Artikel 28
- De
ambtenaar onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting
op het politie- of brigadebureau, door het aftasten en doorzoeken van
diens kleding op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting
een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen
vormen.
- Bij
het aantreffen van voorwerpen als bedoeld in het eerste lid, neemt de
ambtenaar deze in bewaring.
- Het
onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk uitgevoerd
door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek
wordt onderworpen.
Artikel 29
- De
ambtenaar kan slechts van de ingeslotene verlangen dat deze zich ontkleedt
indien:
- de
kleding tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van
betrokkene of van anderen kan vormen en een hulpofficier van justitie
daarvoor toestemming heeft gegeven;
- de
kleding tijdens de insluiting naar het oordeel van de arts een gevaar
voor de gezondheid van betrokkene of van anderen kan vormen.
- De
ambtenaar neemt de kleding, bedoeld in het eerste lid, in bewaring en
draagt zorg voor vervangende kleding.
Artikel 30
- De ambtenaar die een onderzoek als bedoeld in artikel 28, eerste lid, heeft uitgevoerd, maakt hiervan onverwijld schriftelijk rapport op ten behoeve van de meerdere.
- De ambtenaar tekent nauwkeurig alle voorwerpen en kledingstukken die hij in bewaring heeft genomen, op. Bij voorwerpen van een geringe omvang en waarde kan worden volstaan met een globale aanduiding.
- Een afschrift van de aantekening, bedoeld in het tweede lid, wordt door de ingeslotene en de ambtenaar ondertekend en aan de ingeslotene overhandigd.
§ 3. Permanente
camera-observatie
Artikel 31
- De
ambtenaar kan de ingeslotene na toestemming van de hulpofficier van
justitie aan permanente camera-observatie onderwerpen.
- De
maatregel, bedoeld in het eerste lid, is slechts geoorloofd in die
gevallen waarin sprake is van een zodanige dreiging van gevaar voor het
leven of de veiligheid van de betrokkene dat doorlopende controle ter
afwending van dit gevaar noodzakelijk is.
- De
ambtenaar doet aan de betrokkene mededeling van de permanente
camera-observatie en maakt aantekening van de permanente
camera-observatie.
§ 4. Medische bijstand
Artikel 32
- In
het geval er aanwijzingen zijn dat een ingeslotene medische bijstand
behoeft dan wel er bij deze persoon medicijnen zijn aangetroffen, overlegt
de ambtenaar met de arts. De ambtenaar overlegt eveneens met de arts
indien de ingeslotene zelf om medische bijstand of medicijnen vraagt.
- In
het geval de ingeslotene vraagt om medische bijstand van zijn eigen arts,
stelt de ambtenaar die arts daarvan op de hoogte.
- In
het geval de ingeslotene te kennen geeft geen medische hulp te willen
hebben, terwijl er aanwijzingen zijn dat medische bijstand gewenst is,
waarschuwt de ambtenaar de arts en deelt hij deze de houding van de
ingeslotene mee.
Artikel 33
De ambtenaar mag aan de
arts bij het onderzoek en de behandeling geen beperkingen opleggen. Hij volgt
de aanwijzingen op die de arts over de zorg voor de gezondheid van de
ingeslotene geeft en registreert de door de arts gegeven aanwijzingen.
Artikel 34
- De
ambtenaar controleert de ingeslotene regelmatig met dien verstande dat:
- in
het geval de arts is gewaarschuwd, de ingeslotene ten minste elk kwartier
in de cel wordt gadegeslagen;
- in
het geval medische hulp is verstrekt, de ingeslotene zo vaak wordt
geobserveerd als de arts heeft voorgeschreven
- in
het geval geen medische hulp noodzakelijk wordt geacht, de ingeslotene
eenmaal per twee uur wordt gadegeslagen
- In
de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b,
observeert de ambtenaar in de cel en aan de persoon, waarbij hij vooral
acht slaat op de mate waarin de ingeslotene wekbaar en aanspreekbaar is.
Personen die in een toestand geraken waarin zij niet wekbaar of
aanspreekbaar zijn, worden terstond per ambulance naar een ziekenhuis
vervoerd.
- De
ambtenaar registreert de observaties, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 35
Bij overplaatsing van de ingeslotene geeft de ambtenaar de geneesmiddelen, de registraties, bedoeld in de artikelen 26, tweede lid, 33 en 34, derde lid, voor zover die van belang kunnen zijn, en de rapportage van de arts, die bestemd is voor een arts die de behandeling zal overnemen, mee.
§ 5. Invrijheidstelling
Artikel 36
De ambtenaar zorgt ervoor dat bij de invrijheidstelling van een persoon die zichzelf niet kan verplaatsen, vervoer en begeleiding voor die persoon beschikbaar is.