Bron: De officiële tekst van deze AMvB.

(ter informatie hebben we in onderstaande tekst de wijzigingen aangegeven; enkele accentueringen en opmerkingen toegevoegd door de FOMAT; tevens enkele typografische aanpassingen van de formulieren toegevoegd)

Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging

Voorheen:
Vaststellingsbesluit formulieren bedoeld in de Wet op de lijkbezorging betreffende overlijden ten gevolge van niet-natuurlijke oorzaak

Besluit van 6 maart 2002, houdende vaststelling van de formulieren, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek

Zoals gewijzigd per 1 juni 2009 en bekend gemaakt in het Staatsblad van 16 april 2009 (2009-204).

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

......................................................................................................

Artikel 1

Opm. FOMAT
Dit formulier is in feite de formele 'aangifte' van een strafbaar feit. De betreffende arts doet hiermee een beroep op de strafuitsluitingsgrond, zoals dit in de wet is vastgelegd, door te voldoen aan de zorgvuldigheidseisen. Het formulier is de letterlijke uitwerking van hetgeen is voorgeschreven in de Wet op de lijkbezorging. Omdat er sprake is van een niet-natuurlijke dood verklaart de arts dat hij/zij geen verklaring van overlijden afgeeft en de gemeentelijk lijkschouwer inschakelt.


Het model-formulier van de mededeling van de behandelende arts aan de gemeentelijk lijkschouwer betreffende het overlijden ten gevolge van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, luidt als volgt:

Aan de gemeentelijk lijkschouwer der gemeente ;

De ondergetekende ,

arts te ;

v e r k l a a r t te zijn behandelend arts van

(naam en voornamen voluit)

geboren op                                                te

gewoond hebbende,

overleden op                                             te

[v e r k l a a r t het lijk persoonlijk te hebben geschouwd;] - is vervallen per 1 juni 2009.

v e r k l a a r t geen verklaring van overlijden af te geven;

v e r k l a a r t dat de dood van de overledene is ingetreden ten gevolge van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek/het verlenen van hulp bij zelfdoding*;

v e r k l a a r t in verband met dit overlijden wel/geen* schriftelijke wilsverklaring van de overledene te hebben ontvangen;

v e r k l a a r t in verband met dit overlijden wel/geen* schriftelijke verklaring van een geconsulteerde arts te hebben ontvangen;

[v e r k l a a r t bij dit formulier te hebben overgelegd een verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, volgens het model in de Bijlage bij besluit houdende vaststelling van de formulieren, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek;] - is vervallen per 1 juni 2009.

v e r k l a a r t bij dit formulier te hebben overgelegd een beredeneerd verslag volgens het model, bedoeld bij de bijlage bij het Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging. (toegevoegd per 1 juni 2009)

v e r k l a a r t, indien ontvangen, de schriftelijke wilsverklaring van de overledene en de schriftelijke verklaring van de geconsulteerde arts te hebben overgelegd;

(datum)

(ondertekening)


  *   Doorhalen hetgeen niet van toepassing is

Krachtens artikel 6, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging is het de behandelende arts niet toegestaan als lijkschouwer op te treden, indien tussen hem en de overledene bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.


Artikel 1a (toegevoegd per 1 juni 2009)

Voor een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levens- beëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, wordt het Model in de bijlage bij dit besluit gevolgd.

Artikel 2

Opm. FOMAT
Het navolgende model-formulier wordt in de praktijk zelden gebruikt. Het is echter wel wettelijk voorgeschreven in art. 7, lid 3 van de Wet op de lijkbezorging. Indien een behamdelend arts niet overtuigd is van een natuurlijke dood of twijfels heeft, volstaat ook een telefonische melding aan de gemeentelijk lijkschouwer.


Het model-formulier van de mededeling van de behandelende arts aan de gemeentelijke lijkschouwer betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak niet zijnde levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet op de lijkbezorging, luidt als volgt:

Aan de gemeentelijke lijkschouwer der gemeente:

De ondergetekende ,

arts te

v e r k l a a r t te zijn behandelend arts van

                                                                          (naam en voornamen voluit)

geboren op                                                te

---------------------------------------------------------------------------------

gewoond hebbende te

overleden op                                             te

----------------------------------------------------------------------------------

wonende te

uit wie op te

een zoon/dochter** dood is geboren;

---------------------------------------------------------------------------------

v e r k l a a r t het lijk persoonlijk te hebben geschouwd;

v e r k l a a r t geen verklaring van overlijden af te geven;

verklaart dat de reden van het niet afgeven van de verklaring van overlijden niet is gelegen in de uitvoering van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding.

(datum)

(ondertekening)


  *   Doorhalen wat niet van toepassing is

Krachtens artikel 6, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging is het de behandelende arts niet toegestaan als lijkschouwer op te treden, indien tussen hem en de overledene of de moeder van de doodgeborene bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.

Artikel 3

Opm. FOMAT
Het navolgende model-formulier staat bekend als de zgn. art.10 verklaring die bij een niet natuurlijke dood of bij twijfel aan een natuurlijke dood wordt afgegeven.


Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de officier van justitie, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging, betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, luidt als volgt:

Aan de officier van justitie in het arrondissement

De ondergetekende,

lijkschouwer der gemeente:

verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van:

 

naam

 

voornamen (voluit)

geboren op                                               te

---------------------------------------------------------------------------------

gewoond hebbende te


overleden op                                            te

----------------------------------------------------------------------------------

wonende te

uit wie op te

een zoon/dochter** dood is geboren;

---------------------------------------------------------------------------------

v e r k l a a r t  het lijk persoonlijk te hebben geschouwd;

v e r k l a a r t er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de in artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd;

Bijzonderheden:





(Datum)

(Ondertekening)

  *   Doorhalen wat niet van toepassing is

Krachtens artikel 6, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging is het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene of de moeder van de doodgeborene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.

Artikel 4

Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de regionale toetsingscommissie, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, betreffende het overlijden ten gevolge van de toepassing door een arts van levensbeëindiging op verzoek of het verlenen van hulp bij zelfdoding, luidt als volgt:

Aan de toetsingscommissie in de regio

De ondergetekende,

lijkschouwer der gemeente:

verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van:

naam

voornamen (voluit)

geboren op                                               te

gewoond hebbende te


overleden op                                            te

v e r k l a a r t  het lijk persoonlijk te hebben geschouwd;

v e r k l a a r t dat de behandelend arts van de overledene hem heeft medegedeeld dat de dood is ingetreden ten gevolge van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek/ het verlenen van hulp bij zelfdoding*:

v e r k l a a r t te hebben geverifieerd hoe en met welke middelen het leven is beëindigd;

[[v e r k l a a r t van de behandelend arts te hebben ontvangen een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, volgens het model in de Bijlage, die een onderdeel vormt van dit besluit] is vervallen per 1 juni 2009

v e r k l a a r t van de behandelend arts te hebben ontvangen een beredeneerd verslag volgens het model, bedoeld in de bijlage bij het Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging. (toegevoegd per 1 juni 2009)

v e r k l a a r t in dit verband van de behandelend arts met dit overlijden wel/geen* schriftelijke wilsverklaring van de overledene te hebben ontvangen;

v e r k l a a r t in dit verband van de behandelend arts met dit overlijden wel/geen* schriftelijke verklaring van een geconsulteerde arts te hebben ontvangen;

v e r k l a a r t bij dit formulier te hebben overgelegd een verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, en, indien ontvangen de schriftelijke wilsverklaring van de overledene, en de schriftelijke verklaring van de geconsulteerde arts;

v e r k l a a r t er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de in artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd;

Bijzonderheden:





(Datum)

(Ondertekening)

  *   Doorhalen wat niet van toepassing is

Krachtens artikel 6, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging is het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.

Artikel 5

[Wijzigt het Besluit op de lijkbezorging.]

Artikel 6

Het besluit van 19 november 1997, Stb. 550, houdende vaststelling van de formulieren als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdodingin werking treedt.

Artikel 8 (toegevoegd per 1 juni 2009)

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit modellen artikel 9, tweede lid, Wet op de lijkbezorging.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 6 maart 2002
Beatrix

De Minister van Justitie,
A. H. Korthals

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers

Uitgegeven de negentiende maart 2002
De Minister van Justitie,

’s-Gravenhage, 16 april 2009
Beatrix

De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker

Uitgegeven de veertiende mei 2009
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

Modelverslagen per 1 juni 2009

Bestemd voor de behandelend arts in verband met een melding van het overlijden als gevolg van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding, en de gemeentelijk lijkschouwer bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging.

Bij melding aan de gemeentelijke lijkschouwer van een niet-natuurlijke dood als gevolg van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding verstrekt de behandelend< arts aan de gemeentelijke lijkschouwer een beredeneerd verslag dat is opgesteld volgens onderstaand model.

Opmerking van de FOMAT
Het gebruik van dit modelverslag was tot 1 juni 2009 niet bij wet verplicht. De commissie accepteerde ook een verslag dat door de meldend arts zelf was opgesteld, mits daarin op alle zorgvuldigheidscriteria werd ingegaan. Artikel 7, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging bepaalt immers slechts dat een "beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen" bij de mededeling aan de gemeentelijk lijkschouwer diende te worden gevoegd.

Per 1 juni 2009 is gebruik van het bij ministerieel besluit vastgestelde modelverslag verplicht geworden voor de behandelend arts, zoals vastgelegd in artikel 9 van de Wet op de lijkbezorging. Ook de gemeentelijk lijkschouwer dient het wettelijk voorgeschreven model te gebruiken

Een elektronische versie en voorbeeld van de modelverslagen, die kunnen worden ingevuld en daarna uitgeprint, zijn te vinden op de de website van de Commissie en konden daar enige tijd ook als PDF met invulvelden gedownload worden. Intussen werden de tekstverwerkingsbestanden weer vervangen door zgn. ZIP-files.
  • Modelverslagen behandelend arts en gemeentelijk lijkschouwer
    De typefouten) zoals die vóór 7 april 2011 nog op de formulieren stonden zijn verbeterd.
    Recente wijzigingen op de website van de Toetsingscommissie komen het informatieve gehalte niet ten goede.
    Abusievelijk wordt in schema vermeld dat de art. 10 verklaring voor de OvJ naar de Commissie wordt opgestuurd. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.
    Men zou van de Commissie wat meer zorgvuldigheid verwachten; net zoals die ook van de arts wordt verwacht.
Nagenoeg dezelfde formulieren in tekstverwerkingsformaat met een nadere toelichting zijn ook te vinden op de website van de KNMG:
  • Modelverslagen bij melding euthanasie
    Typefouten zijn nu ook hier hersteld, maar het blijft hinderlijk dat de lay-out wordt verstoord bij invulling; soms overschrijdt het formulier de één pagina grens
Het is blijkbaar erg moeilijk om gelijkluidende formulieren met gelijkluidende en gefixeerde velden te produceren in een overleg tussen de Toetsingscommissies en de KNMG.
Op de website van de KNMG is voor artsen nu ook een formulier geplaatst om gebruik te kunnen maken van niet in Nederland geregistreerde geneesmiddelen.

Terug naar begin van deze pagina