De forensische geneeskunde houdt zich bezig met het raakvlak tussen de geneeskunde en het rechtssysteem. Het leeuwendeel van de werkzaamheden betreft de onafhankelijke advisering van politie en justitie over de borging van het recht op medische verzorging van arrestanten. Het vakgebied heeft als randgebied van de geneeskunde in medische kringen weinig aanzien en 'scoort' niet echt. Het werk van de 'gemeentelijk lijkschouwer' is voor velen een wat obscuur en luguber gebeuren. In de media spreekt men ook wel over de "schouwarts". Het werk stelt hoge eisen aan het onafhankelijk oordeelsvermogen, creativiteit om snel oplossingen te vinden voor niet alledaagse problemen, en de fysieke en psychische belastbaarheid. Gezien de soms complexe vraagstellingen dient intercollegiaal overleg een grote rol te spelen. De enkele gemotiveerde artsen die bereid zijn dit werk uit te voeren hebben in de loop der jaren vaak een forse dosis juridische kennis ontwikkeld die door de meeste artsen in andere vakgebieden wordt afgedaan als 'haarkloverij' waar ze het liefst weinig mee te maken hebben.
In mei 2009 verscheen een 'geromantiseerd' portret van de werkzaamheden met een keiharde en overduidelijke bevestiging van het imago en de vooroordelen. Twee jaar later blijkt er nog weinig te zijn veranderd:
Het afbrandrisico in het vak is groot. Het vakgebied heeft behoefte aan artsen die vanuit een positieve motivatie, op basis van vrijwilligheid, bewust kiezen voor het vak en oog hebben voor de complexe achtergronden en ontwikkelingen. Over het algemeen zijn er weinig artsen (met genoeg medische ervaring) die bereid zijn om het werk als forensisch arts op te pakken. Sinds 1 januari 2010 stelt de wetgever verplichtingen aan de registratie als gemeentelijk lijkschouwer. Van een uitbreiding van de bevoegdheden of taken, zoals het (laten) maken van röntgenfoto's of een CT-scan, is echter geen sprake. Het is de vraag of nog genoeg artsen te vinden zullen zijn om hieraan te voldoen, mede gezien de geringe vergoedingen en de onregelmatige diensten. Door de vergrijzing zullen velen het vakgebied gaan verlaten.
Ook nu al is er niet veel animo om de opleiding te gaan volgen. De negatieve beeldvorming rondom het vakgebied draagt hieraan bij. In plaats van een meer wetenschappelijke en een sociaal-medische onderbouwing te stimuleren dreigt de verplichte registratie eerder te gaan leiden tot de ondergang van het vakgebied.
Met de invoering van de NODO-wetgeving wordt de dienstdoende gemeentelijk lijkschouwer min of meer bestempeld als een 'medische boeman' die als politieagent in een verplicht overleg met de behandelend arts moet gaan beoordelen of de collega's in de curatieve sector hun werk wel goed doen. Met de beoogde introductie van de "NODO-forensisch arts" dreigt een tweedeling in de beroepsgroep te ontstaan over het zgn. onverklaard overlijden bij minderjarigen en over degene die hier nu wel of niet een oordeel over mag uitspreken. De gemeentelijk lijkschouwer is géén gerechtelijk deskundige en ook géén (buitengewoon) opsporingsambtenaar en diens taak is met de vaststelling of al dan niet sprake is van een niet-natuurlijk overlijden, ook als "NODO-forensisch arts", ten einde.
De onafhankelijk forensisch arts heeft een eigen onvervreemdbare medische verantwoordelijkheid en is géén onderdeel of verlengstuk van politie of justitie (de 'uitvoerende macht'), is ook géén (buitengewoon) opsporingsambtenaar en handelt zonder last of ruggespraak volledig autonoom op grond van eigen onderzoek en oordeelsvorming, waar nodig en bij voorkeur in overleg met één of meerdere collega's. Dit uiteraard met kennis en toepassing van de hiervoor gestelde wettelijke kaders.
Het behoeft geen nader betoog dat de wijze waarop de forensisch arts wordt betaald voor zijn diensten op geen enkele wijze het onafhankelijk medisch oordeel of de wijze waarop het werk wordt uitgevoerd kan of mag beïnvloeden. Het moet voor iedereen duidelijk zijn - met name ook voor politie, het OM en bestuurders - dat 'de klant' van de forensisch arts op de allereerste plaats zijn/haar patiënt is, ook als die daar zelf (of zijn verzekering) niet voor betaalt, zelf niet om de arts-patiëntrelatie heeft gevraagd of zelfs al overleden is. Met het verrichten van medische werkzaamheden in opdracht van derden wordt de artsenbul niet meteen op de brandstapel van het zgn. openbaar belang van de uitvoerende macht verbrand. De medische verantwoordelijkheid betekent:
Taakvelden
Wat doet de forensisch arts in de praktijk?
(opsomming is niet uitputtend)
Verklaring omtrent het gedrag
Het kan vookomen dat gevraagd wordt om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Zo’n VOG heet in de volksmond ook wel ‘bewijs van goed gedrag’. Het is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag (in het verleden) geen bezwaar oplevert voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens. Een VOG is verplicht voor bijvoorbeeld onderwijzers en taxichauffeurs, maar ook voor openbare functies bij de overheid en financiële instellingen. Men dient een 'blanco strafblad' te hebben.
In principe vallen alle vertrouwelijke gegevens onder het medisch beroepsgeheim, maar soms wordt het van belang geacht dat wordt beoordeeld of strafbaar gedrag uit het verleden relevant is voor de uitoefening van werkzaamheden op het gebied van de forensische geneeskunde. Dat zal uiterst zelden het geval zijn. Strikt genomen is voor artsen de BIG-registratie voldoende.
De meeste artsen die forensisch werk verrichten doen dit niet uit zichzelf maar voor een opdrachtgever. Dan dient die opdrachtgever te zorgen voor een verklaring van goed gedrag (en de kosten daarvan te dragen).
Men kan dus niet voor zichzelf een verklaring van goed gedrag aanvragen, maar dit dient door de opdrachtgever te geschieden, bijv. de politie of (beter) een gemeente waar forensisch werk wordt verricht. Men moet wel zelf toestemming geven voor het aanvragen ervan. Uiteraard hoeft een VOG maar 1x aangevraagd te worden (en niet voor elke gemeente waar werkzaamheden worden verricht).
Het verkrijgen van een VOG is overigens niet meer dan een simpele formaliteit en uiterst eenvoudig.
Meer informatie over de aanvraag hiervan: Het aanvraagformulier moet (door de opdrachtgever) bij de Afdeling Burgerzaken van de gemeente van inschrijving bij de Burgerlijke Stand worden ingeleverd.
In mei 2009 verscheen een 'geromantiseerd' portret van de werkzaamheden met een keiharde en overduidelijke bevestiging van het imago en de vooroordelen. Twee jaar later blijkt er nog weinig te zijn veranderd:
- Medisch Contact 28-5-09: "Te dom voor specialist, te lui voor huisarts". (pdf)
Weinig verheffende beeldvorming - Medisch Contact 22 april 2011: "Wie wordt er nog forensisch arts?".
Opleiding kampt met te weinig aanmeldingen -
18 mei 2011: Motie-Arib over één opleiding voor forensische geneeskunde
Motie werd door staatssecretaris ontraden; werd aangehouden door indienster.
Werd op 27 oktober 2011 zonder stemming weer van de agenda afgevoerd.
(ingevolge artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde,) -
Geruzie over capaciteit forensische pediatrie
Hoeveel 'experts' zijn er eigenlijk nodig? -
17 juni 2011: Dreigend tekort aan sociaal geneeskundigen (NIVEL)
Lage instroom van jonge artsen in de forensische geneeskunde
Het afbrandrisico in het vak is groot. Het vakgebied heeft behoefte aan artsen die vanuit een positieve motivatie, op basis van vrijwilligheid, bewust kiezen voor het vak en oog hebben voor de complexe achtergronden en ontwikkelingen. Over het algemeen zijn er weinig artsen (met genoeg medische ervaring) die bereid zijn om het werk als forensisch arts op te pakken. Sinds 1 januari 2010 stelt de wetgever verplichtingen aan de registratie als gemeentelijk lijkschouwer. Van een uitbreiding van de bevoegdheden of taken, zoals het (laten) maken van röntgenfoto's of een CT-scan, is echter geen sprake. Het is de vraag of nog genoeg artsen te vinden zullen zijn om hieraan te voldoen, mede gezien de geringe vergoedingen en de onregelmatige diensten. Door de vergrijzing zullen velen het vakgebied gaan verlaten.
Ook nu al is er niet veel animo om de opleiding te gaan volgen. De negatieve beeldvorming rondom het vakgebied draagt hieraan bij. In plaats van een meer wetenschappelijke en een sociaal-medische onderbouwing te stimuleren dreigt de verplichte registratie eerder te gaan leiden tot de ondergang van het vakgebied.
Met de invoering van de NODO-wetgeving wordt de dienstdoende gemeentelijk lijkschouwer min of meer bestempeld als een 'medische boeman' die als politieagent in een verplicht overleg met de behandelend arts moet gaan beoordelen of de collega's in de curatieve sector hun werk wel goed doen. Met de beoogde introductie van de "NODO-forensisch arts" dreigt een tweedeling in de beroepsgroep te ontstaan over het zgn. onverklaard overlijden bij minderjarigen en over degene die hier nu wel of niet een oordeel over mag uitspreken. De gemeentelijk lijkschouwer is géén gerechtelijk deskundige en ook géén (buitengewoon) opsporingsambtenaar en diens taak is met de vaststelling of al dan niet sprake is van een niet-natuurlijk overlijden, ook als "NODO-forensisch arts", ten einde.
De onafhankelijk forensisch arts heeft een eigen onvervreemdbare medische verantwoordelijkheid en is géén onderdeel of verlengstuk van politie of justitie (de 'uitvoerende macht'), is ook géén (buitengewoon) opsporingsambtenaar en handelt zonder last of ruggespraak volledig autonoom op grond van eigen onderzoek en oordeelsvorming, waar nodig en bij voorkeur in overleg met één of meerdere collega's. Dit uiteraard met kennis en toepassing van de hiervoor gestelde wettelijke kaders.
Het behoeft geen nader betoog dat de wijze waarop de forensisch arts wordt betaald voor zijn diensten op geen enkele wijze het onafhankelijk medisch oordeel of de wijze waarop het werk wordt uitgevoerd kan of mag beïnvloeden. Het moet voor iedereen duidelijk zijn - met name ook voor politie, het OM en bestuurders - dat 'de klant' van de forensisch arts op de allereerste plaats zijn/haar patiënt is, ook als die daar zelf (of zijn verzekering) niet voor betaalt, zelf niet om de arts-patiëntrelatie heeft gevraagd of zelfs al overleden is. Met het verrichten van medische werkzaamheden in opdracht van derden wordt de artsenbul niet meteen op de brandstapel van het zgn. openbaar belang van de uitvoerende macht verbrand. De medische verantwoordelijkheid betekent:
'De vrijheid van oordeelsvorming van de arts om, gegeven de wettelijke kaders en de professionele standaarden, zonder inmenging van derden, in de individuele arts-patiëntrelatie te komen tot diagnosestelling en advisering over behandeling en/of het verrichten van diagnostische en therapeutische interventies, waarbij inbegrepen het onderzoeken, het geven van raad met als doel de bescherming en/of verbetering van de gezondheidstoestand van de patiënt.'
De uitoefening van het beroep als arts op het gebied van de forensische geneeskunde is over het algemeen een nevenfunctie naast andere medische werkzaamheden. De inzet vindt alleen plaats als er een telefonisch verzoek (rechtstreeks of via een meldpunt) wordt gedaan door een opdrachtgever om over te gaan tot dienstverlening. Een opdrachtgever dient zich, net als de forensisch (werkzame) arts zelf, te beseffen dat ook een 'onwelgevallig' advies of signalering behoort tot de uitkomst hiervan.Taakvelden
- Beroepsprofiel eerste lijns FG van september 2000
- Competenties en kennis/kunde eisen voor de 1e lijns forensisch arts
- 27 oktober 2011: "Opschoning" van FMG register aangekondigd
- taakveld lijkschouw in het kader van de Wet op de Lijkbezorging.
- taakveld als medisch deskundig adviseur van politie en/of justitie.
- taken als medisch zorgverlener in het kader van de Politiewet en de vangnetfunktie inzake openbare gezondheidszorg.
- taken met betrekking tot zorgvuldigheid en informatiebeheer.
- taken ten aanzien van de beroepsuitoefening.
Wat doet de forensisch arts in de praktijk?
(opsomming is niet uitputtend)
- De forensisch-geneeskundige zorgverlening aan arrestanten die zich in (tijdelijke) detentie op het politiebureau of in het cellenblok bevinden waarbij de politie of justitiële autoriteiten verantwoordelijk zijn voor de borging van het recht op medische verzorging. Deze dienst- verlening kan plaatvinden in de vorm van telefonische advisering of door onderzoek en advisering ter plaatse. Toezicht op het beheer en de archivering van medische gegevens, die onder het medisch beroepsgeheim vallen, geschiedt onder verantwoordelijkheid van de forensisch arts. Advisering en signalering geschiedt gevraagd en ongevraagd.
- Verrichten van een lijkschouw in het kader van de Wet op de Lijkbezorging (Wlb) als gemeentelijk lijkschouwer in opdracht van Burgemeester en wethouders, die wettelijk gehouden zijn gelegenheid te verschaffen voor het doen schouwen van lijken (art. 4 van de Wlb).
De gemeentelijk lijkschouwer heeft in de Nederlandse situatie uitsluitend een signalerende functie en rapporteert bij (een vermoeden van) een niet-natuurlijk overlijden aan de Officier van Justitie die besluit of nader onderzoek noodzakelijk is. De gemeentelijk lijkschouwer is géén (buitengewoon) opsporingsambtenaar of een bevoegd gerechtelijk deskundige en is in principe niet verder betrokken bij dit nader onderzoek.
Sinds 1 januari 2010 mag de behandelend arts bij minderjarigen geen verklaring van overlijden meer afgeven zonder overleg met de gemeentelijk lijkschouwer. - De forensisch geneeskundige beoordeling van personen die in het kader van de hulpverleningstaak van de Politie (art 2. politiewet 1993) naar het bureau zijn of zullen worden overgebracht ter beoordeling van de noodzaak tot nadere (psychiatrische) beoordeling of hulpverlening. De forensisch arts ziet toe op de toegeleiding van/naar de reguliere medische hulpverlening en organiseert deze zo nodig.
- Het uitvoeren van forensisch medisch onderzoek en de afgifte van medische verklaringen over dit onderzoek ten behoeve van politie en justitie (o.a. na geweldsmisdrijven en zedendelicten). Dit soort onderzoek is alleen mogelijk met volkomen vrijwillge medewerking en schriftelijke toestemming van betrokkene.
- Afname van lichaamseigen, alsook lichaamsvreemd, materiaal ten behoeve van nader onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) waarbij de vigerende forensisch technische voorschriften (FT-normen) in acht worden genomen (o.a afname van bloed, DNA-monsters of ander materiaal).
- Het verzorgen van onderwijs in de vorm van gerichte bij/nascholingen en voordrachten voor arrestantenverzorgers bij de politie, justitiële (opsporings)ambtenaren in de strafrechtketen, de advocatuur en ook voor artsen, verpleegkundigen en andere medewerkers in de curatieve sector, om daarmee een soepele samenwerking met aandacht voor de onderscheidenlijke competentie-gebieden en verantwoordelijkheden te waarborgen.
- Het leveren van bijdragen aan de profilering en professionalisering van het beroep van de forensisch arts en aan de wetenschappelijke ontwikkeling en kennisverspreiding omtrent forensisch geneeskundige onderwerpen door publicaties en het verzorgen van inleidingen, lezingen en onderwijs.
Verklaring omtrent het gedrag
Het kan vookomen dat gevraagd wordt om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Zo’n VOG heet in de volksmond ook wel ‘bewijs van goed gedrag’. Het is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag (in het verleden) geen bezwaar oplevert voor het omgaan met vertrouwelijke gegevens. Een VOG is verplicht voor bijvoorbeeld onderwijzers en taxichauffeurs, maar ook voor openbare functies bij de overheid en financiële instellingen. Men dient een 'blanco strafblad' te hebben.
In principe vallen alle vertrouwelijke gegevens onder het medisch beroepsgeheim, maar soms wordt het van belang geacht dat wordt beoordeeld of strafbaar gedrag uit het verleden relevant is voor de uitoefening van werkzaamheden op het gebied van de forensische geneeskunde. Dat zal uiterst zelden het geval zijn. Strikt genomen is voor artsen de BIG-registratie voldoende.
De meeste artsen die forensisch werk verrichten doen dit niet uit zichzelf maar voor een opdrachtgever. Dan dient die opdrachtgever te zorgen voor een verklaring van goed gedrag (en de kosten daarvan te dragen).
Men kan dus niet voor zichzelf een verklaring van goed gedrag aanvragen, maar dit dient door de opdrachtgever te geschieden, bijv. de politie of (beter) een gemeente waar forensisch werk wordt verricht. Men moet wel zelf toestemming geven voor het aanvragen ervan. Uiteraard hoeft een VOG maar 1x aangevraagd te worden (en niet voor elke gemeente waar werkzaamheden worden verricht).
Het verkrijgen van een VOG is overigens niet meer dan een simpele formaliteit en uiterst eenvoudig.
Meer informatie over de aanvraag hiervan: Het aanvraagformulier moet (door de opdrachtgever) bij de Afdeling Burgerzaken van de gemeente van inschrijving bij de Burgerlijke Stand worden ingeleverd.