De discussie over de verzorging van ingeslotenen met psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen speelt al jarenlang.
Zie hierover:
- BOPZ beoordeling psychiatrische passanten
- Insluiting bij intoxicaties en 'overlast'
- Oktober 2011: Hernieuwd convenant Politie-GGZ
CONVENANT uit 2003
GGZ Nederland en Raad van Hoofdcommissarissen
De
Vereniging GGZ Nederland, statutair gevestigd te Utrecht (....) verder te
noemen GGZ Nederland
en
de
Raad van Hoofdcommissarissen, statutair gevestigd te ’s-Gravenhage (...)verder
te noemen Raad van Hoofdcommissarissen
overwegende
- dat sprake is van een groot aantal mensen met psychische stoornissen en/of
verslavings- problematiek die met de politie in aanraking komen
- dat deze mensen vaak onterecht en/of te lang dienen in een politiecel
verblijven
-
dat deze mensen adequaat en met spoed de vereiste hulp dient te worden geboden
door de GGZ en/of de verslavingszorg in hiervoor geëigende voorzieningen
-
dat met betrekking tot deze mensen, met name degenen die zich bevinden op het
grensvlak van de verantwoordelijkheidsgebieden van beide organisaties, de
onderscheiden rollen en taken vaak onduidelijk zijn. Het betreft met name de
mensen met psychische en/of verslavingsproblemen die overlast en (gevoelens
van) onveiligheid veroorzaken
-
dat ook overigens tussen de beide organisaties over en weer steun kan worden
verleend
-
dat beide organisaties een landelijke spreiding, organisatiegraad en een
netwerk met waarborgen voor professionaliteit en integriteit kennen
-
dat samenwerking van beide organisaties de begeleiding van mensen met
psychische en/of verslavingsproblemen in crisis zal bevorderen
spreken
de intentie uit tot samenwerking bij (het voorkomen van) crisissituaties bij
mensen met psychische stoornissen en/of verslavingsproblematiek en maken in het
navolgende afspraken hierover.
Partijen
streven binnen de aan hen opgedragen taak naar een optimaal resultaat in deze
binnen de mogelijkheden die wetgeving en financiers hierin verstrekken. Waar
tegen de grenzen van het eigen taakgebied wordt aangelopen wordt samenwerking
gezocht met andere partijen (zoals bijv. de maatschappelijke opvang). Waar de
uitvoering begrensd wordt door het ontbreken van adequate regelgeving of
voldoende financiering zullen partijen gezamenlijk ijveren voor oplossingen.
Eén
en ander wordt nader uitgewerkt in het document ‘Nadere uitwerking convenant
GGZ Nederland – Raad van Hoofdcommissarissen’, met name in de paragrafen 5 en
6. Bedoeld document maakt onlosmakelijk deel uit van dit convenant.
Aldus
overeengekomen en in viervoud opgemaakt te ’s-Gravenhage,
d.d.
27 januari 2003
(ondertekening)
Bron: politie.nl/nieuws (archief)
Het volledige rapport uit 2003:
(en het nieuwe rapport uit 2011) ----------------------------------------------------------------------------
Nadere
uitwerking
Convenant GGZ Nederland uit 2003 - Raad van Hoofdcommissarissen
Convenant
betreffende de samenwerking tussen GGZ Nederland (incl. verslavingszorg) en
politie bij opvang, begeleiding en behandeling van mensen met psychische en/of
verslavingsproblematiek die overtredingen begaan, overlast geven of aangeven
hulpverlening nodig te hebben.
Préambule
Partijen spreken de intentie uit tot samenwerking bij (het
voorkomen van) crisissituaties bij mensen met psychische stoornissen en/of
verslavingsproblematiek en maken in het navolgende afspraken hierover.
Partijen streven binnen de aan hen opgedragen taak naar een
optimaal resultaat in deze binnen de mogelijkheden die wetgeving en financiers
hierin verstrekken. Waar tegen de grenzen van het eigen taakgebied wordt
aangelopen wordt samenwerking gezocht met andere partijen (zoals bijv. de
maatschappelijke opvang). Waar de uitvoering begrensd wordt door het ontbreken
van adequate regelgeving of voldoende financiering zullen partijen gezamenlijk
ijveren voor oplossingen.
1. Inleiding
Dit convenant is opgesteld
door een werkgroep van GGZ Nederland en de Raad voor de Hoofd- commissarissen (..) en heeft als onderwerp de samenwerking
tussen politie en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
en verslavingszorg betreffende de opvang van mensen met psychische
stoornissen en/of verslavingsproblemen in grote en kleinere gemeenten in
Nederland.
Aanleiding is de groeiende
wens bij partijen om duidelijkheid te verschaffen in de onderscheiden rollen en
taken bij de opvang van individuen die zich
bevinden op het grensvlak van de verantwoordelijkheids- gebieden van beide
organisaties. Het betreft met name de mensen met psychische en/of
verslavingsproblemen die overlast en (gevoelens van) onveiligheid veroorzaken.
Op de achtergrond spelen mee
de kerntakendiscussies die zich binnen het politieveld afspelen en de
oriëntatie van de GGZ op taken die voortvloeien uit de uitvoering van de
Openbare GGZ-taak (OGGZ) van de zorginstellingen.
Onder de
verantwoordelijkheid van de GGZ mbt dit onderwerp valt enerzijds de zorg voor personen die daar niet zelf om vragen en die via het
‘reguliere’ GGZ-aanbod niet (voldoende) worden bereikt. Anderzijds gaat het om het leveren van een bijdrage aan de bescherming van
de maatschappij tegen onnodige overlast, risico en gevaar door gedrag van die
(potentiële) patiënten.
De taak van de
politie staat in artikel 2 van de Politiewet verwoord: ”De politie heeft tot
taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de
geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de
rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.” De eerste taak valt uiteen in de
strafrechtelijke taak en het handhaven van de openbare orde. Onder dit
takenpakket valt ook het ondersteunen van de hulpverlening indien de veiligheid
van hulpverleners of (potentiële) patiënten in het geding is.
Onder de tweede
taak (hulpverlening) valt het uitvoering geven aan een aantal in de wet
Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) omschreven
activiteiten. De samenwerking tussen GGZ
Nederland en de politie dient in het licht te worden gezien van knelpunten die
zich in de praktijk in diverse steden en regio’s voordoen mbt de opvang van
voornoemde doelgroepen. Hiervoor dienen structurele oplossingen te komen die
nauw aansluiten bij de behoeften en situaties die in de onderscheiden
gemeenten/regio’s worden aangetroffen.
De regionale invalshoek is
ook gekozen in het gelijktijdig lopende overleg van GGZ Nederland met de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), hetgeen vertaald is in een
concepttekst voor een convenant over hetzelfde onderwerp.
De inhoud van de onderhavige
notitie sluit hier naadloos op aan.
2. Voornaamste knelpunten
De problematiek bij de
opvang van mensen met psychische stoornissen en/of verslavingsproblemen is
onlangs nog eens goed beschreven in het rapport ‘Mensen zonder zorg’ van de
(voormalige) inspectie voor de politie en die voor de gezondheidszorg. Zij
komen tot een getal van 13% waarin de overdracht naar de hulpverlening op
problemen stuit. Dat het hier niet alleen om GGZ-problemen gaat is evident. Dat
wordt nog eens duidelijk door het beeld dat geschetst wordt in het rapport “Zwerven in de 21e eeuw” van het Centrum voor VerslavingsOnderzoek te Utrecht van de omvang en samenstelling van de dak-
en thuislozenpopulatie in Nederland. Verslaving is hierin het grootste probleem
gebleken. Ervaringen binnen de reclassering en andere onderzoeken bevestigen
dit beeld.
Als zich knelpunten voordoen
in de samenwerking tussen GGZ en politie, dan concentreren deze zich
voornamelijk rondom de crisisopvang. Voor acute hulpverlening bij crises moeten
de GGZ en de politie in alle gevallen 24 uur per dag bereikbaar zijn en zo snel
mogelijk beschikbaar zijn. Indien noodzakelijk dient zo spoedig mogelijk een
opname geregeld te worden door de GGZ.
Met name de
eerste opvang van personen die zich niet rechtstreeks bij de GGZ melden, maar
in eerste instantie, al dan niet via meldingen van derden bij de politie
terechtkomen blijkt in de praktijk regelmatig een probleem te zijn. Gedacht
moet worden aan de kwaliteit van de locatie en het tijdsbestek waarbinnen een
aan de orde zijnde doorplaatsing naar de GGZ kan worden gerealiseerd. Ook de
doorplaatsing naar andere dan GGZ-voorzieningen (verslavingszorg, niet
behorende tot een GGZ-circuit, maatschappelijke opvang, geestelijk
gehandicaptenzorg, kinder- en jeugdpsychiatrie) stuit her en der op problemen.
Een ander
knelpunt is het feit, dat van oudsher het politiebureau benut wordt als eerste
opvang voor patiënten met ernstige psychiatrische pathologie en beelden. Bij
een strafrechtelijk vergrijp kan men hier niet omheen, bij
openbare-ordeproblematiek worden ten aanzien hiervan vanuit meerdere partijen
vragen gesteld en wordt gezocht naar alternatieve mogelijkheden. Aandacht
hiervoor is gewenst.
Overigens ook in
situaties, waarin betreffende personen wel degelijk op het bureau moeten
verblijven dient de zorg de politie met raad en daad terzijde te staan.
3. Verantwoordelijkheden van partijen
Voor mensen die
een psychiatrische stoornis hebben en die in termen van de BOPZ een gevaar
opleveren voor zichzelf en/of anderen, worden de verantwoordelijkheden van de
politie respectievelijk de GGZ helder geregeld in de BOPZ.
Anders
ligt het voor mensen die tijdelijk de regie over hun leven kwijt zijn, maar bij
wie geen sprake is van ernstige psychiatrische pathologie als oorzaak voor
gevaar, op grond waarvan gehandeld kan worden op basis van de BOPZ. Voor zover
er in die situaties sprake is van psychische nood draagt de GGZ in ieder geval
de verantwoordelijkheid aan te geven
welke zorgorganisatie zich het beste leent om
betrokkene zonodig te laten opnemen. Ook zal de GGZ, indien plaatsing binnen de
GGZ niet noodzakelijk wordt bevonden degene die in de betreffende regio in dat
geval verantwoordelijk is voor plaatsing ondersteunen bij het realiseren van
een plaatsing elders. Deze verantwoordelijkheid
vloeit o.a. voort uit het samenwerkingsconvenant dat in 1999 is gesloten tussen
de vertegenwoordigers van de belangrijkste ‘OGGZ-partijen’.
Waar sprake is
van overlast, onveiligheid en openbare ordeproblematiek heeft de politie de
verantwoordelijkheid om geëigende maatregelen te nemen.
Indien de veiligheid van zorgverleners in het geding is, zowel in het kader van
de crisisopvang als op andere momenten (bijv. binnen de instellingen) treedt de
politie op verzoek op bij ernstige dreiging van geweld of in gevallen waarbij
reeds sprake is van geweld.
Overigens
is het vanzelfsprekend dat de politie en justitie conform wet- en regelgeving verantwoordelijk is bij het
plegen van strafrechtelijke feiten.
Op
basis van bovenstaande lijkt de verantwoordelijkheidsverdeling helder, in de
praktijk stoot men echter nog steeds op grote problemen. Deze worden deels
veroorzaakt door het gegeven, dat de bestaande regelgeving onvoldoende
bevoegdheden toekent aan politie en hulpverlening bij het optreden tijdens een
crisissituatie. In een aantal gevallen zijn partijen, gesteund door deskundigen
het erover eens dat buitenwettelijke dwang mag worden toegepast, in een aantal
gevallen is daar echter geen consensus over. Overigens
is ten aanzien van deze problematiek nauwelijks jurisprudentie of voldoende
kennis voorhanden. Partijen zijn van mening, dat de wetgever met name
ten aanzien van het hanteren van dwang bij het vervoeren van potentiële
IBS-patiënten IBS=In Bewaring Stelling en het vasthouden van deze, voordat een
arts een beslissing tot opname heeft kunnen nemen een oplossing dient te
bieden.
Daarnaast
kunnen problemen ontstaan door het onvoldoende voorhanden hebben van
opvangplaatsen binnen de hulpverlening, niet alleen binnen de GGZ maar ook
binnen maatschappelijke opvang en verslavingszorg.
4. Regionale
samenwerking
In besprekingen tussen GGZ
Nederland en de VNG is geconcludeerd dat om per regio de samenwerking te
verstevigen een analyse naar de omvang en ernst van de problematiek moet worden
uitgevoerd om vervolgens aan de hand daarvan en de landelijk aangereikte
aandachtspunten een regionaal plan van aanpak op te stellen. Dit plan van
aanpak wordt onder regie van (centrum)gemeenten binnen een beperkte periode
(3-6 maanden) opgesteld, bij de totstandkoming hiervan worden alle betrokken
partijen op financieel en uitvoerend niveau en cliëntenorganisaties betrokken.
Op basis van dit plan van
aanpak worden afspraken gemaakt tussen betrokken partijen. Hierin krijgt de
samenwerking tussen politie en GGZ ook haar plaats.
In ieder geval dienen over
de volgende punten afspraken te worden gemaakt tussen partijen:
1. Een goede communicatie, zowel op beleidsmatig als op
operationeel niveau (bij voorkeur per locatie en
wijk) wordt van doorslaggevend belang geacht. Daarnaast zijn in den
lande zijn reeds goede ervaringen opgedaan met vaste contactpersonen/
aandachtsfunctionarissen binnen de
betrokken organisaties als de politie, de forensisch psychiatrische dienst
(FPD), de GGD en (niet in de laatste plaats) bij het Openbaar Ministerie (OM).
Dit zou gemeengoed moeten worden. Te overwegen valt om een overleg in elke
regio in te stellen van gemeente, politie, justitie, reclassering en
psychiatrie met vertegenwoordigers die binnen hun organisatie voldoende mandaat
hebben om gezamenlijk beleid te maken.
2.
Monitoringsystemen
blijken goede dienst te doen ter ondersteuning van vroegsignalering, adequate
verwijzing, snelle besluitvorming en doorplaatsing.
3. Kwaliteit van de crisisopvang conform de
hierboven genoemde definities. Momenteel vindt deze doorgaans plaats op een
politiebureau. Aldaar vinden dan ook de screening en indicatiestelling plaats,
waarbij bezien wordt óf en zo ja welk type interventie (justitieel, GGZ,
verslavingszorg, Maatschappelijke Opvang, geestelijk gehandicaptenzorg) ingezet
dient te worden om de acute situatie beheersbaar te houden en eerste problemen
te overwinnen. Wanneer de politie direct al constateert dat er geen sprake is
van een justitieel traject en de veiligheid of openbare orde niet in het geding
is moet gestreefd worden naar een eerste opvang elders. Duidelijke afspraken
dienen dan wel gemaakt te worden over wegplaatsing van personen naar het
politiebureau indien in tweede instantie alsnog sprake blijkt te zijn van
strafbare feiten.
Wanneer partijen gezamenlijk tot de
conclusie komen, dat er vooralsnog geen betere opvangplaats dan het
politiebureau is dan nemen zij in alle gevallen de inspanningsverplichting op
zich om:
- het verblijf hier zo kort mogelijk te
laten duren.
- de kwaliteit van de opvang zo
optimaal mogelijk in te vullen. De zorg is hier mede- verantwoordelijk voor.
Essentieel is dat betrokken
hulpverleningsinstanties zodanig samenwerken dat men ter plekke beslissingen
kan nemen of dat de hulpverleningsinstanties aan de politie een aanspreekpunt
in één persoon bieden, die namens die instanties beslissingen kan nemen (bijv.
frontoffice/backoffice-systeem). Indien gekozen wordt voor het inrichten van
voorzieningen voor crisisopvang buiten het politiebureau, dan dienen deze aan
diezelfde kwaliteitseisen te voldoen, alsmede aan eisen aan welke door
onderbrenging van de opvang op het politiebureau vanzelf al voldaan wordt
(veiligheid, beheer in één hand, bij keuze voor politieel/justitieel traject
geen verplaatsing nodig). De aanwezigheid van de voorziening ontslaat echter de
GGZ niet van haar taak snelle doorplaatsing te organiseren in geval van
psychiatrische problematiek.
4.
Afspraken
dienen te worden gemaakt tussen partijen over
concrete en evalueerbare kwaliteitseisen mbt aanrijtijden, uitvoeren van
de psychiatrische beoordeling, afgeven van een IBS, afdoening van de
schriftelijke procedures en snelheid van doorplaatsing. Indien een voorziening als bedoeld onder 3 (nog) niet gerealiseerd
is stelt GGZ Nederland als branchenorm voor de aanrijtijd + doorplaatsing in
totaal niet meer dan 6 uur. Daarbij wordt er wel
vanuit gegaan dat binnen de benodigde tijd over de vereiste papieren wordt
beschikt. Ook van andere betrokken partijen als politie, ggd en
ambulancediensten mogen vergelijkbare normen worden verwacht.
5.
Bij
gecompliceerde situaties waar strafrechtelijke feiten aan de orde zijn kan nu in sommige regio’s de crisisdienst buiten de
eigen achterwacht de FPD consulteren. Landelijk
dienen er afspraken te komen waarvoor de FPD in de dienst te consulteren valt.
6. De rol van het Openbaar Ministerie dient apart
beschreven en bekeken te worden.
7. Er dient te worden bevorderd dat bij
gecombineerde problematiek de dossiers binnen méérdere organisaties open
blijven en met elkaar in contact blijven om in álle dossiers voortgang te
boeken en niet slechts de aspecten te benaderen van ‘de gastheer’ op dat
moment.
8. Intervisie en casusbesprekingen (zorgconferenties),
ondersteund met registratiemateriaal uit de monitoringsystemen, zowel binnen
beroepsgroepen als tussen partijen zijn instrumenten die voorkomen, dat mensen
tussen wal en schip geraken. Dit dient per regio ingekleurd te worden. Het ware
aan te bevelen om meer begrip voor elkaar te kweken/transparanter te werken
door meer in elkaars keuken te kijken. Te denken valt aan kwaliteitskringen die
de onderling gemaakte afspraken bewaken.
9. Instellingen dienen te beschikken over
veiligheidsprotocollen die in samenwerking met de politie zijn opgesteld.
Hierin dient in ieder geval helder te worden opgenomen in welke situaties en in
welke mate de politie ondersteuning geeft aan de zorg
5. Landelijke kwesties
Het
op gang brengen van regionale ontwikkelingen aan de hand van bovenstaande
aanbevelingen zal gestimuleerd worden
wanneer op landelijk niveau de betrokken partijen afspraken maken over
participatie, ondersteuning en het oplossen van knelpunten die bovenregionaal
opgelost dienen te worden.
Het
is daarom van belang dat vanaf nu de overleggen van VNG en GGZ Nederland en van
politie en GGZ Nederland ‘in elkaar geschoven worden’. Tevens dienen andere
partijen als OM, reclassering, zorgverzekeraars en VWS betrokken te worden.
Onderwerpen
die in ieder geval in een dergelijk overleg betrokken moeten worden zijn:
1. gebruikmaken van buitenwettelijke dwang bij vervoer
en/of ophouden van personen in crisissituaties en het aandringen op
wetsaanpassingen in deze. Bijzondere aandacht voor de positie van het
ambulancevervoer hierin
2. oplossen van knelpunten in de privacywetgeving die
een soepele uitvoering van snelle hulp in de weg staan
3. bevorderen van eenduidigheid in en afstemming van
verschillende registratiesystemen; zonodig ontwikkelen van specifieke
monitoringsystemen
4. tussen instellingen organiseren van conferenties tijdens welke best
practices gepresenteerd kunnen worden.
5. Landelijke afspraken tussen de GGZ en de
Ambulancediensten over het vervoer van psychiatrische patiënten
6. Er worden door partijen afspraken gemaakt
over het onderzoeken van mogelijkheden
voor opvang buiten het politiebureau. Partijen zullen in gemeenschappelijkheid
bezien, welke financiele consequenties dergelijke initiatieven hebben ieder
vanuit de eigen primaire verantwoordelijkheid.
7. Zowel de toepassing van dit convenant als
de afspraken op regionaal worden jaarlijks geëvalueerd