- Onderscheid natuurlijk en niet-natuurlijk overlijden
Ook bij twijfel dient een artikel 10 verklaring te worden afgegeven.
De Officier van Justitie beslist dan over nader onderzoek.
Strafvorderlijke relevantie is géén criterium
Een afschrift van deze verklaring dient (uiteraard zónder de bijzonderheden betreffende het overlijden) aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van overlijden te worden gezonden (staat bekend als 'de waarschuwing').
Volgens artikel 12a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging dient de opgave van de doodsoorzaak, die bekend staat als de zgn. B-verklaring, bij vrijgave van het stoffelijk overschot te worden gedaan door een arts aangewezen door de Officier van Justitie.
Niet alleen het 'verzuim' van de forensisch (werkzame) arts maar ook het 'verzuim' van de Officier van Justitie is sinds 1 maart 2011 dus strafbaar gesteld in artikel 81 van de Wet op de lijkbezorging.
Uit:
Besluit modellen artikel 9, tweede lid,
Wet op de lijkbezorging.
......................................................................................................
Artikel 3
Het model-formulier van het verslag van de gemeentelijke lijkschouwer aan de officier van justitie, bedoeld in artikel 10 van de Wet op de lijkbezorging, betreffende het overlijden ten gevolge van een niet-natuurlijke oorzaak, niet zijnde levensbeëindiging zonder uitdrukkelijk verzoek, luidt als volgt:
Aan de officier van justitie in het arrondissement
De ondergetekende,
lijkschouwer der gemeente:
verklaart gedurende de laatste twee jaar geen handelingen op het gebied van de geneeskunst te hebben verricht ten aanzien van:
naam
voornamen (voluit)
geboren op te
---------------------------------------------------------------------------------
gewoond hebbende te
overleden op te
----------------------------------------------------------------------------------
wonende te
uit wie op te
een zoon/dochter** dood is geboren;
---------------------------------------------------------------------------------
v e r k l a a r t het lijk persoonlijk te hebben geschouwd;
v e r k l a a r t er niet van overtuigd te zijn, dat de dood ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden; in verband waarmee hij de in artikel 14 van de Wet op de lijkbezorging bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand heeft gewaarschuwd;
Bijzonderheden:
(Datum)
(Ondertekening)
* Doorhalen wat niet van toepassing isKrachtens artikel 6, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging is het de gemeentelijke lijkschouwer niet toegestaan als zodanig op te treden, indien hij gedurende de laatste twee jaar ten aanzien van de overledene of de moeder van de doodgeborene handelingen op het gebied van de geneeskunst heeft verricht en indien tussen deze en hem bloed- of aanverwantschap tot in de derde graad of huwelijk bestond of bestaat.